Afscheid van Stephans ouders en oom Adriaan. Het is een gezellige avond, maar daarna valt het ‘tot over een jaar’ toch zwaar.
zaterdag 20 september 2008
San Francisco





“Yes, we have a reservation”. “O you háve a reservation. Cool men, come on up.” Eh, oké… Ik wist niet dat het cool was om een reservering te hebben voor een overnachting. Eenmaal boven (vier trappen) blijkt er nog veel meer ‘cool’ te zijn. Dat we het überhaupt naar boven hebben gehaald, dat we uit Nederland komen, dat we drie nachten blijven… We zijn in San Francisco Backpackers Hostel, aan de rand van China town. Hier lopen dudes en babes rond, van tussen de 20 en onze leeftijd. Een deel is – hopen we dan toch – de stad in, de rest hangt rond in de dorms en in de gemeenschappelijke huiskamer. De sfeer is relaxed en alles gemeenschappelijk bezit, tenzij je naam erop staat of het in je locker zit. IJverig beginnen we, net als de rest, ons voedsel te labelen en in de koelkast te plaatsen. Het hostel ligt middenin het centrum van San Francisco. Zo kunnen we de auto wegzetten en lopend en met het openbaar vervoer de stad in. Superfijn. We gaan naar het heel relaxte wijkje Marina Green en lunchen bij The Grove op Chestnutstreet, zien (natuurlijk) de Golden Gate Bridge, Golden Gate Park, hippiewijk Hait Ashbury en gaydistrict Castro (mooi ingerichte winkels en restaurants). De volgende dag gaan we de opkomende wijk Soma (South of Marketstreet in) met het Museum of Modern Art, daarna beetje shoppen (best lastig als je aan een budget gebonden bent) en verkennen we North Beach, net Little Italy, want het zit er vol Italiaanse restaurants. Hier gaan we vanavond eten met Stephans ouders en zijn oom Adriaan, die aan de westkust zijn voor een rondreis.
Coyote
Glacier Point
Hiking Vernal Falls




De spectaculaire Yosemite Falls zijn aan het eind van de zomer opgedroogd. Vernal Falls, met een eeuwige regenboog onderin de waterval, is in september nog wel te zien. Het is maar 4,5 kilometer lopen, maar het kost ons vanwege het hoogteverschil van 218 meter toch ongeveer anderhalf uur om bij de bodem van de waterval te komen.
Fotografiewandeling





In de nationale parken wordt van alles georganiseerd, soms gratis, soms moet je er wat voor betalen. Wij konden mee op een twee uur durende fotografiewandeling met Evan, huisfotograaf van Yosemite Valley en werkzaam bij de Ansel Adams Gallery. Ansel Adams was een beroemde zwartwitfotograaf die Yosemite in het begin van de 20e eeuw prachtig in beeld heeft gebracht. In twee uur tijd krijgen we een spoedcursus natuurfotografie, waarbij onder meer licht, vorm en compositie en kadrering aan bod komen.
Yosemite: bear country





Housekeeping Camp ligt in Yosemite Valley, midden in Yosemite National Park. Hier slapen we twee nachten in een ‘tent-hut’: drie muren, een dak van zeil en een ingang van zeil, aan het riviertje Merced dat op de bodem van de vallei ligt. De temperatuur is hier in het dal superlekker, door de hoge bomen is er tijdens de warme dagen veel schaduw en ’s nachts komt het nu niet onder de 15 graden. Er staat een tweepersoonsbed in (mét matrassen! Jee!). Ervoor een picknicktafel en een vuurplaats, de rest moet je erbij huren, van stoelen tot een elektrisch fornuis. “Eh, Lin, waarom loopt iedereen er zo relaxed bij?” “Huh?” “Heb je die filmpjes net niet gezien van beren die auto’s openrijten?” Dat is waar ook: dit is bear country. We krijgen instructies dat we geen kruimel eten in de auto mogen achterlaten. Beren kunnen ruiken als de beste, dus moet alles in bear proof boxes bij elke tent, met een slot dat beren niet open kunnen krijgen. Aanvankelijk zijn we heel netjes, later krijgen we toch het idee dat het allemaal op z’n Amerikaans wat overdreven is: Housekeeping Camp is in het weekend (doordeweeks is het heel rustig), als wij er zijn, het equivalent van Kaprun of een andere Oostenrijkse wintersportplaats met een levendige après-ski scene. San Francisco is zo’n vijf uur rijden, voor gezinnen en vriendengroepen is een weekendje Yosemite een uitje: overdag hiken, ’s avonds bieren bij het kampvuur. Cd’tje van Michael Jackson erbij, zijn ze helemaal happy. We kunnen ons niet voorstellen dat er met dit geluidsniveau nog beren het kamp in durven komen. Maar als we later navraag doen bij een redelijk neutraal persoon, de huisfotograaf van Yosemite Valley, blijken zwarte beren toch regelmatig het kamp binnen te komen, tussen één en drie uur ‘s nachts, de stilste tijd in het park. Nou, wij hebben ze niet gehoord, zodra onze hoofden onze gehuurde kussens roken, waren we diep in slaap.
Yosemite: gróót


We zijn blij als we na 9 uur rijden van Bryce Canyon aan het begin van de avond aankomen bij de rand van Yosemite National Park. Een half uur later zien we een visitors center, daar vragen we even hoe we bij ons kamp kunnen komen, we zijn vast al in de buurt. Gedesillusioneerd staan we even later weer buiten. Het is nog ruim anderhalf uur rijden naar Yosemite Valley, waar we slapen. Dat is half Nederland door! Yosemite National Park is bijna 2000 m2 groot, dat je het weet.
maandag 15 september 2008
Hiken in Bryce






Hiking boots, zonnebrand, twee liter water, pleisters voor je weet maar nooit, camera’s en een windjackje. We zijn klaar voor onze eerste hike van deze wereldreis, door Bryce Canyon. Van nature zijn we niet zo van die hikers, maar we hadden bedacht dat dit wél een leuke manier is om veel te zien tijdens de wereldreis en op plekken te komen waar je met de auto niet bijkomt. En we zijn het inmiddels leuk gaan vinden. Als we bij de trail aankomen die we uit hebben gezocht, blijken we een beetje te goed voorbereid te zijn, met onze gps en rugzakken: er zijn zelfs mensen bij die op slippers lopen. Nou ja, ook al lopen we misschien voor lul met die hiking boots, ze lopen wél lekker, zeker bij klauterpartijen bergopwaarts op rotsachtige paadjes, waar die slippermensen dan gelukkig wel weer moeite mee hebben. Maar eerst dalen we de canyon af, zigzaggend, steeds dieper de schaduw in, tot we op de bodem staan. We lopen tussen de grillig gevormde rode rotsen door, hoodoo’s genaamd, die zijn ontstaan door honderdduizenden jaren van erosie, water en ijs. Zo zijn de meest bizarre pilaren ontstaan. Ligt het plateau van Bryce Canyon op ongeveer 2500 meter, op het diepste niveau in de canyon zijn we 230 meter gedaald (is onze gps hier niet nodig vanwege de nauwkeurige bewegwijzering - laat dat maar over aan de Amerikanen – het is wel handig om te zien hoeveel we gedaald of gestegen zijn). Tussen de hoodoo’s staan Pondorosa Pine Trees, waarvan de bast ruikt naar karamel en vanille, hebben we gisteren geleerd van ranger Linda Brown. Kijkt er niemand? Even ruiken dan. Inderdaad! Alsof je een snoepje uitpakt! “Some of them are really great sniffers”, had ze al gezegd. We gebruiken onze lunch op een omgevallen boomstronk en worden meteen belaagd door twee eekhoorns, die er hun taak van hebben gemaakt om zoveel mogelijk toeristen van zoveel mogelijk lekkers te ontdoen. Helaas, van ons krijgen ze niets, dankzij waarschuwingen van ranger Linda: in de winter komen hier nauwelijks bezoekers, waardoor dieren die het af zijn geleerd om hun eigen voedsel te zoeken, het niet redden. De eekhoorns vinden ons duidelijk irritante betweters. Stelde de wandeling tot nu toe weinig voor qua zwaarte, de weg terug de canyon uit is ZWAAR! Pas als ik chili con carne op heb op de veranda van Sunrise Point, ben ik weer op adem. Lekker douchen, vuurtje stoken, worstje grillen, sterren kijken (Bryce Canyon is één van de donkerste plekken op aarde) en naar bed! Ook al is het brandgevaar vandaag hoog en worden er overal om ons heen fikkies gestookt, toch hoeven we niet bang te zijn dat de boel plat brandt: om ons heen kampeert de halve brandweerbrigade van Utah, compleet met brandweerwagens. Of is dat juist een fout teken…
Happy campers?



We worden verkleumd wakker, kijken elkaar zielig aan en schieten in de lach. Van wie was het idee ook al weer om een tentje mee te nemen? De temperatuur lag vannacht in Bryce Canyon op Sunset Campground rond het vriespunt. Niet echt lekker dus. Onze slaapzak van Perry, die belooft ons tot rond -5 in leven te houden, doet ook niet meer dan dat. De ‘zijden’ lakenzak die daar nog eens 5 graden bij op zou moeten tellen, knettert en geeft vonkjes in het donker: geen zijde dus en dus ook niet isolerend. Die kan meteen weg. Toch leek het ons een goed idee om af en toe te kamperen. Waarom ook alweer? O ja:
1. In een nationaal park kunnen slapen terwijl alle hotels in en rond het park al lang vol zijn;
2. Een tentje op een hotspot is vier tot zes keer zo goedkoop als een simpel, oninspirerend motel. Zo besparen we wat geld, dat we later uit kunnen geven aan een leuk hotel
3. Kamperen vonden we leuk. Ooit.
En ja, overdag ís het ook leuk. We worden wakker van het geluid van de vogels, staan op en zijn meteen middenin het nationale park, zien de zon opkomen boven de canyons, ontbijten op een mooi plekje en zijn overal ruim voordat de dagjesmensen en toerbussen arriveren. En ook ’s avonds is het superleuk: bij elke kampeerplaats tussen de bomen staat een picknickbank en een vuurplaats. We stoken een vuurtje, grillen worstjes en staren in de vlammen.
1. In een nationaal park kunnen slapen terwijl alle hotels in en rond het park al lang vol zijn;
2. Een tentje op een hotspot is vier tot zes keer zo goedkoop als een simpel, oninspirerend motel. Zo besparen we wat geld, dat we later uit kunnen geven aan een leuk hotel
3. Kamperen vonden we leuk. Ooit.
En ja, overdag ís het ook leuk. We worden wakker van het geluid van de vogels, staan op en zijn meteen middenin het nationale park, zien de zon opkomen boven de canyons, ontbijten op een mooi plekje en zijn overal ruim voordat de dagjesmensen en toerbussen arriveren. En ook ’s avonds is het superleuk: bij elke kampeerplaats tussen de bomen staat een picknickbank en een vuurplaats. We stoken een vuurtje, grillen worstjes en staren in de vlammen.
Even voorstellen
Grand Canyon: het uitzicht




Dit had ik niet verwacht, maar mijn adem stokt even als ik voor de tweede keer het uitzicht op de Grand Canyon zie. Wat is dit mooi! Ook Stephan is onder de indruk. Wat er anders is dan gisteravond, toen we voor het eerst een blik op de canyon wierpen? Het is nu half zeven ’s ochtends, het licht van de zon is prachtig en het belangrijkste: er zijn geen hordes mensen. Alleen een paar enthousiaste fotografen, die stil door hun zoeker naar het schouwspel kijken. Hoe anders moet dat over een paar uur zijn, als de tourbussen hun ladingen uitspugen.
Wildlife in Grand Canyon

Herten! Vlak naast de weg! In Grand Canyon National Park! We zetten de auto stil, draaien het raampje open en pakken de camera. Aan de overkant stopt nog een auto en ook daar verschijnt een lens uit het geopende raam. Het lijkt wel een safari in het Kruger Park. Maar een paar wandelaars lopen achteloos voorbij, zonder een blik op de dieren te werpen. Verbaasd kijken we ze na. Zien ze niet wat wij zien? Dat is haast onmogelijk. Twee dagen en dertig kuddes herten later snappen we dat: je kunt hier bijna niet rondrijden zónder ze tegen te komen.
On the road



Camera’s, telefoons, laptop, alles hebben we in Las Vegas (met elektriciteit opgewekt door de Hoover Dam) opgeladen. We laten Nevada achter ons en gaan een paar dagen kamperen in Arizona (Grand Canyon) en Utah (Bryce Canyon).
Met Flagstaff Country FM op de autoradio rijden we door niemandsland – je kunt je goed voorstellen dat op deze uitgestrekte vlaktes vroeger buffels, indianen en cowboys rondhobbelden - op weg van Las Vegas naar de Grand Canyon, deels langs Route 66.
Met Flagstaff Country FM op de autoradio rijden we door niemandsland – je kunt je goed voorstellen dat op deze uitgestrekte vlaktes vroeger buffels, indianen en cowboys rondhobbelden - op weg van Las Vegas naar de Grand Canyon, deels langs Route 66.
Abonneren op:
Posts (Atom)



