dinsdag 30 september 2008

Volcan Póas





Zaterdag (27 september) maken we een uitstapje naar vulkaan Póas, de op één na grootste actieve vulkaan ter wereld, is ons verteld (welke is nummer 1? Wie het weet, mag het zeggen). Als de lluvia (regen) stopt en de wolken even wegtrekken, zien we het blauwe kratermeer in de diepte liggen; mooi! Op Google Earth kijken naar Volcan Póas? De coördinaten zijn N 10°11.441’ en W 084°13.953’.

Intercultura Costa Rica


Iets meer over Intercultura Costa Rica, onze taalschool in Costa Rica. De school heeft een campus in Heredia vlakbij hoofdstad San José en een dependance in Sámara aan de Pacifische kust. Elke dag krijgen we vier uur Spaanse les, daarnaast zijn er allerlei activiteiten: tours in de omgeving, dansles, kookles, etcetera. We slapen in Heredia bij een gastgezin, waar we ook ontbijten en ’s avonds eten. We kunnen de hele dag op de campus terecht, overal zijn zitjes waar je kunt leren, lezen, praten of internetten (op je eigen laptop of op een van de campuscomputers). ´s Middags en ´s avonds komen er veel lokale studenten om Engels te leren. Het is ook mogelijk om je op te geven voor een intercambio, een gesprek waarbij de student Engels Engels spreekt en de student Spaans… juist. Wij zijn er nog niet aan toe om hele gespreken te voeren in het Spaans, maar veel studenten maken er gebruik van. In een week leren we superveel. Helemaal omdat we in een gastgezin zitten en dus zo ongeveer 16 uur per dag worden geconfronteerd met het Spaans. www.interculturacostarica.com

Huesos


Ik noemde hem consequent Huevos, tot ik er halverwege de week tijdens een ontbijt achterkwam dat huevos ‘eieren’ betekent. Toch maar even zijn halsband checken: Huesos dus.

Lulu


Normaal gesproken draagt ze een roze jurkje of mini-sweater, maar ze was hier net uit bed, dus… (ja inderdaad, we hebben het over de hond, niet over gastzus Melina).

Nosotros y mama Carmen


Variatie recept

Het Costa Ricaanse recept is lekker, maar met die bonen is het voor ons toch niet helemaal een toetje. Wij bedachten dat het misschien ook lekker is met een laag mascarpone, vermengd met speculaas en koekkruiden (lang leve de blender). Dan laat je de bonenpuree en de geraspte kaas weg. Wie een keuken tot zijn beschikking heeft, kan het proberen. Laat het ons weten! Andere varianten zijn ook welkom...

Recept: pastel de plátano maduro


Tijdens onze eerste kookles in Costa Rica maken we ‘Pastel de plátano maduro’, een zoet gerecht dat soms als toetje wordt geserveerd en soms als ‘hoofdmaaltijd’.
Een vrije vertaling van het recept (do try this at home):
10 bakbananen (hoe zwarter, hoe zoeter)
1 blik bruine bonenpuree (volgens mij hebben we dat in Nederland niet, doe dus maar gewoon een blik bruine bonen in de blender)
½ kilo kaas (belegen of oud, geraspt)
Kruidnagels (kun je ook weglaten)
Kaneel naar smaak
Vanille naar smaak
Suiker naar smaak

Kook de gepelde bananen in suikerwater 15 tot 20 minuten tot ze zacht zijn. Haal de bananen uit het water, bestrooi ze met de kruiden en prak alles door elkaar met een vork. Bedek de bodem van een ovenschaal met de bananenpuree. Daar overheen gaat een laag bonenpuree en daaroverheen een laag geraspte kaas. Eindig met een laag geprakte banaan (maak er balletjes van, sla die plat tussen je handen en boetseren maar). Wat kaneel erover, tien minuten in de oven en warm opdienen. Voilá: een typisch dulce (toetje) Costarricense.

donderdag 25 september 2008

Geen dansles

Sta ik hier. Een kwartier te laat (les nummer zoveel: lunch neemt hier meer tijd in beslag dan een boterham met kaas in Nederland), in mijn eentje voor een grote glazen deur, terwijl er binnen naar me wordt gewenkt. Shoot, iedereen kijkt naar me, nu kan ik niet meer terug. Ik kijk om, naar Ariana uit Canada. Maar waar ze net nog was, zie ik nu een lege plek. Ik vind haar om de hoek, uit beeld van de klas. Ik sis naar haar:
“Come on, you were going to come too!”
“No, I can’t!”
“Why not?”
“Because I am shy…”
Ja hállo, ik ook, maar toch sta ik hier. Intussen sta ik zelfs al in de zaal, binnengepraat door de overenthousiaste dansleraar (Stephan heeft zich op het laatst heel wijs uitgeschreven: huiswerk te doen!). Ik roep Ariane’s naam en nog een keer wat harder, zodat iedereen omkijkt naar de deur en Ariane wel tevoorschijn moet komen. Ah, daar is ze. Er blijken vijf ladies te zijn en buiten de dansleraar nog één lokale jongen, een meneer die niet onprettig is om naar te kijken. Ineens komt een gedachte bij me op: wordt die jongen ingehuurd om te dansen met Europese en Noord-Amerikaanse studenten? Is dat niet een beetje genant? Misschien denk ik er nu te veel bij na. Maar toch, het lijkt erop of hij er is om het de studentes naar hun zin te maken… (Niet bij nadenken, iedereen heeft het naar zijn zin en iedereen is vrolijk, dat is het belangrijkste toch?). O god, de moves hier zijn veel intiemer dan op elke dansles die ik ooit eerder heb gehad. Billen tegen kruis, voeten uit elkaar, arm om hals, arm om middel, hoofd tegen borstkas. Toegegeven, je leert in één keer de vertaling van een hoop lichaamsdelen in het Spaans, maar ik geloof niet dat ik hier al aan toe ben…. Ik pak mijn bolso (tas) en ren (beheerst, vind ik) naar de deur, terwijl ik een onsamenhangend brei aan net geleerde Spaanse woorden spui: tiempo, tarde etcetera, en een paar keer Stephan. De dansleraar is een tikje ontsteld en roept dat ik gewoon even moet wachten, dat ik zo aan de beurt ben. Nou, dat dacht ik dus juist niet. Gelukkig heeft hij zijn danspartner in zo’n houding dat hij haar niet los kan laten en een paar seconden later sta ik buiten. Opgelucht ademhalend. Dit was een beetje veel Latijns-Amerika voor mijn tweede dag in Costa Rica. Misschien doe ik volgende week nog een poging.

Mama de la Casa

Deze eerste week zitten we in een gastgezin, bij mama Carmen, een superlieve, goedlachse vrouw die geweldig voor ons kookt (dat krijg je als je aangeeft dat je lekker eten belangrijk vindt: dan plaatsen ze je bij de kooklerares van de school, jippie!). Natuurlijk is er een heleboel anders dan in Nederland, maar ondanks de taalbarrière gaat de communicatie met haar goed. Met handen, voeten, een snel aangeschaft woordenboek Engels-Spaans en haar vertaalcomputertje lukt het allemaal best. We gaan zelfs met Carmen en haar vriend naar de film Mama Mia, waar wij op heel andere momenten lachen dan de rest van de zaal, omdat we de Spaanse conversaties niet verstaan en meer op mimiek en actie letten. Drie van Carmens kids zijn al het huis uit, begrijpen we. Alleen dochter Milena woont nog thuis. Verder zijn er twee honden: Huevos, een schat van een dier, en het kleine mormeltje Lulu, waar we nog niet eens met één vinger naar hoeven te wijzen en het begint al te grommen. Vaak weten we niet eens waar het beestje is, totdat Carmen opstaat uit haar televisiestoel en blijkt dat het al die tijd bij haar zat, als een zakdoek tussen de kussens gefrommeld.

Naar school!



Om ons een beetje te kunnen redden in Costa Rica en Panama leek het ons handig om eerst twee weken Spaanse les te volgen bij Intercultura Costa Rica (www.interculturacostarica.com). De tweede lesdag lijkt ons dat helemaal niet meer zo’n goed idee. Alles wordt vanaf het begin in het Spaans gedaan. Vooral Stephan is gefrustreerd omdat het superonhandig is als je iets wilt vragen, of een woord niet kent. Aan het eind van dag twee vraagt hij achterdochtig aan Andrés, onze docent, of hij hem een paar vragen kan stellen in het Engels over de lesmethodiek. Dat mag, en in vloeiend Engels geeft hij antwoord. Shit, hij spreekt gewoon Engels, Stephan verdacht hem er al van dat hij helemaal geen andere taal dan het Spaans machtig was. Maar het is gewoon de methode hier: zwemmen of verzuipen. En de derde dag lijkt het zowaar vruchten af te werpen: opeens is er een klik en verstaan (of begrijpen) we bijna alles wat Andrés zegt. Antwoord geven lukt nog niet altijd of langzaam, maar het begin is er.

Kopje koffie?



Op zondag bezoeken we een koffieplantage.

Costa Rica: Luctor et emergo


“Bueno viaje?” O eh, welkom zeker, nou: bedankt, eh Gracias! “Non: bueno viaje?” De man die ons ophaalt maakt een gebaar van een landend vliegtuig. O, hij vraagt of we een goede reis hebben gehad. Si, bueno viaje, gracias. ‘Wat leuk’, denken we, hij probeert ons een beetje in de stemming te krijgen. Maar het is al laat, we hebben een lange reis achter de rug en we hebben zoiets van ‘die Spaanse les komt maandag wel, laten we nog maar even Engels praten, nu het nog kan. Dus vraagt Stephan “how far is it to Heredia?”. Het antwoord, “No hablo inglès”, doet ons het ergste vermoeden en terecht. Worstel en kom boven: we doen dit motto eer aan deze week. Vooral het eerste deel dan, want of we ooit boven zullen komen? Het voelt als een totale onderdompeling in de Costa Ricaanse cultuur en taal. Hingen we zaterdagochtend nog happy achter onze Starbucks-koffie in Los Angeles, diezelfde avond zitten we met onze Spaanstalige gastmoeder op de bank naar de lokale versie van Dancing with the Stars te kijken. Ook voor haar geldt: No habla inglès! Maar praten doet ze wel: veel en snel. Waarbij ze ons regelmatig afwachtend aankijkt totdat we met si of no antwoorden, of haar laatste woorden instemmend herhalen. Al naar gelang waar we denken goed aan te doen. Pfff, vermoeiend hoor, Costa Rica.

zaterdag 20 september 2008

Naar Costa Rica!

We zitten nu op LAX (Los Angelos International Airport) en onze vlucht via Houston naar San Jose gaat over een half uur. Bedankt iedereen voor alle lieve en leuke reacties op onze rondreis in the great west en tot in Costa Rica!
X
Stephan & Linda
PS John en Rich: ik heb inderdaad de D300 en ben er superblij mee!

Ik heb hem!



De Olympus mju 1030 SW. Een shoot ’n point cameraatje dat tot tien meter onder water kan en dat je zo vaak je wilt op de grond kunt laten stuiteren (wat ik dan ook op z’n Linda’s binnen een half uur doe: een paar butsen van de botsing met het trottoir, maar hij doet het zoals beloofd nog steeds). In de branding van Santa Barbara test ik het ding en vervolgens nog eens onder de badkamerkraan. Ja, hij is echt waterdicht en maakt nog mooie beelden ook. Leuk, hiermee ga ik experimenteren in Costa Rica. Het was nog een echte queeste, want ze verkopen het hier bijna niet (en de concurrent Pentax Optio W 60 al helemaal nauwelijks). Haalde ik in San Francisco nog mijn neus op voor een groene (tja, als je toch keuze hebt uit vier kleuren, wilde ik per se de zilveren), vijf camerashops later had ik met elke kleur genoegen genomen, áls ze maar een exemplaar hadden. Maar nu heb ik ‘m. Gekocht bij Samy’s Camerashop in Santa Barbara. De allerlaatste. In zilver

Eten in de USA


We proberen zo gezond mogelijk te eten en dat is hier best moeilijk. Fast food vind je overal, voor gezond eten moet je flink zoeken. Bovendien is het vaak goedkoper om naar McDonalds te gaan: een hamburger heb je al voor één dollar en een liter cola voor zo’n twee dollar. Ter vergelijking: in de supermarkt betaal je voor een bruin brood 4,50 dollar en voor een klein flesje fruitsmoothie 5 dollar. We maken af en toe zelf eten klaar en als we uit gaan proberen we restaurants uit te zoeken waar echt wordt gekookt. Dat is zeldzaam, want bijna alles wordt gefrituurd of gegrild. Toch lukt het redelijk, met Mexicaanse en Italiaanse restaurants en af en toe een steakhouse. Hadden we heel wat verwacht van culinaire stad San Francisco, pas in Santa Barbara (leuk plaatsje trouwens, een mix tussen decadent chic en relaxte surfers, met veel winkels en restaurantjes) worden we verrast. Bij Milk and Honey eten we een geitenkaasje uit de oven in cranberry-sinaasappel-basilicumsaus met gecarameliseerde pecannoten en wilde honing. Als toetje huisgemaakte breadpudding met een sinaasappel-caramelsaus. (Voor de bijschriften-freaks: op de foto niet het geitenkaasje van Milk and Honey, maar een sandwich en soepje bij The Grove in San Francisco: óók lekker!)

Santa Barbara




We werpen één blik op de jongeren die als wasgoed over het meubilair gedrapeerd hangen, al internettend of gamend. Mmm… San Francisco Packpackers Hostel was best leuk, we hadden leuke gesprekken met Trina uit Ierland, een acteur in spe uit Johannesburg en een Kentucky-girl. Maar het was ook een beetje oppervlakkig en het slapen is toch niet altijd even lekker in een slaapzaaltje, zeker niet als iemand om 3 uur ’s nachts luidpratend een telefoongesprek voert, de volgende packpacker besluit dat hij om 4 uur écht niet zonder een zak chips in bed kan en er vervolgens vanaf zes uur allerlei verschillende wekkers beginnen af te gaan. Als dan ook nog vroege miep om half zeven ’s ochtends de inhoud van haar rugzak opnieuw gaat rangschikken (hoeveel plastic tasjes kan een mens hebben??? En wat móet je ermee), hebben we het wel een beetje gehad. Zeker als we deze groep in Santa Barbara zien. Hoe oud zijn ze eigenlijk? Volgens ons mogen ze nog niet zonder ouderlijke begeleiding op stap, ze zien er piepjong uit. Ik vind het er nog wel relaxed uitzien, Stephan krijgt helemaal de kriebels van zoveel hangerigheid. We draaien ons om en gaan naar een motel. Dat is dan weer de luxe die we (althans nu nog, moet de auto niet nog een paar keer worden weggesleept) hebben.

Scenic Drive




Woensdag 17 september rijden we van San Francisco richting LA en nemen de coastal road van badplaats Monterey naar Santa Barbara.

We got towed




Een lege parkeerplek! Normaal zouden we daar blij om zijn, zeker in een grote stad als San Francisco. Maar nu niet. Want op die plaats stond onze auto gisteravond. Sterker nog: Stephan zag hem 50 minuten geleden nog, toen hij nieuwe munten in de parkeerautomaat gooide, waarvoor hij speciaal zijn wekker had gezet. Wat is er in de tussentijd gebeurd? En waar ging het fout? Het plan was om de auto drie dagen aan de rand van het centrum te zetten, waar parkeren gratis is, een half uur met de bus van het hostel. Maar we ontmoeten hier Stephans ouders en nemen ook afscheid van ze voor een jaar. Omdat ze buiten San Francisco zitten, en omdat we daarnaast zoveel mogelijk tijd van onze twee dagen in San Francisco door willen brengen in plaats van in de bus van en naar de auto, besluiten we toch bij het hostel in het centrum betaald te parkeren. De laatste dag zouden we vroeg weg gaan en we hadden uitgedokterd (alle drie de bordjes gespeld), dat we de auto de laatste nacht van 7 uur ’s avonds tot 7 uur ’s ochtends gratis voor het hostel konden parkeren. Daarna betaalden we per uur in de parkeermeter. Geen probleem. Toch? En toch staat onze auto er niet meer. De bewaker van de parkeergarage tegenover ons hostel (waar we de afgelopen dagen geparkeerd hebben) geeft uitsluitsel: “The red mini-van is yours? You got towed man.” Een wandeling dwars door de stad, een bezoekje aan de towing-maatschappij en het politiebureau, drie uur en heel veel dollars later hebben we Slurpie weer terug. Stephan kan met zijn oprechte vraag ‘vertel me nu eens wat we verkeerd gedaan hebben’ op het politiebureau gelukkig twee boetes à 115 dollar in totaal wegpraten, eentje voor het niet goed zetten van de wielen, een regel hier in San Francisco. En een omdat we geen commercial vehicle zijn (dat stond op het vierde bord, niet zichtbaar vanaf de stoep). Blijft over een rekening van 244 dollar voor het wegslepen, daar kunnen ze helaas niets aan doen…

Lovesong

Thank you darling. That’s oke sweetie. Have a nice day sugar. You too pookie. Lovers? Nee, een openbaar-vervoer-reiziger en de dame van de info-balie bij de ondergrondse in San Francisco dollen met elkaar. Hoeveel koosnaampjes hebben we eigenlijk in Nederland? En wanneer kom je dit bij het NS-loket tegen?

Laatste avondmaal


Afscheid van Stephans ouders en oom Adriaan. Het is een gezellige avond, maar daarna valt het ‘tot over een jaar’ toch zwaar.

San Francisco









“Yes, we have a reservation”. “O you háve a reservation. Cool men, come on up.” Eh, oké… Ik wist niet dat het cool was om een reservering te hebben voor een overnachting. Eenmaal boven (vier trappen) blijkt er nog veel meer ‘cool’ te zijn. Dat we het überhaupt naar boven hebben gehaald, dat we uit Nederland komen, dat we drie nachten blijven… We zijn in San Francisco Backpackers Hostel, aan de rand van China town. Hier lopen dudes en babes rond, van tussen de 20 en onze leeftijd. Een deel is – hopen we dan toch – de stad in, de rest hangt rond in de dorms en in de gemeenschappelijke huiskamer. De sfeer is relaxed en alles gemeenschappelijk bezit, tenzij je naam erop staat of het in je locker zit. IJverig beginnen we, net als de rest, ons voedsel te labelen en in de koelkast te plaatsen. Het hostel ligt middenin het centrum van San Francisco. Zo kunnen we de auto wegzetten en lopend en met het openbaar vervoer de stad in. Superfijn. We gaan naar het heel relaxte wijkje Marina Green en lunchen bij The Grove op Chestnutstreet, zien (natuurlijk) de Golden Gate Bridge, Golden Gate Park, hippiewijk Hait Ashbury en gaydistrict Castro (mooi ingerichte winkels en restaurants). De volgende dag gaan we de opkomende wijk Soma (South of Marketstreet in) met het Museum of Modern Art, daarna beetje shoppen (best lastig als je aan een budget gebonden bent) en verkennen we North Beach, net Little Italy, want het zit er vol Italiaanse restaurants. Hier gaan we vanavond eten met Stephans ouders en zijn oom Adriaan, die aan de westkust zijn voor een rondreis.

Coyote



Aan het eind van ons bezoek aan Yosemite Valley hebben we geen beer gezien, wel een coyote. Hij steekt de rivierbedding naast Housekeeping Camp over, terwijl we aan de oever staan. Hij komt, net als wij, uit de richting van het kamp.

Glacier Point






Aan het eind van de dag gaan we naar Glacier Point, het hoogste punt aan de rand van Yosemite Valley, voor een mooi uitzicht over de vallei.

Hiking Vernal Falls





De spectaculaire Yosemite Falls zijn aan het eind van de zomer opgedroogd. Vernal Falls, met een eeuwige regenboog onderin de waterval, is in september nog wel te zien. Het is maar 4,5 kilometer lopen, maar het kost ons vanwege het hoogteverschil van 218 meter toch ongeveer anderhalf uur om bij de bodem van de waterval te komen.

Fotografiewandeling






In de nationale parken wordt van alles georganiseerd, soms gratis, soms moet je er wat voor betalen. Wij konden mee op een twee uur durende fotografiewandeling met Evan, huisfotograaf van Yosemite Valley en werkzaam bij de Ansel Adams Gallery. Ansel Adams was een beroemde zwartwitfotograaf die Yosemite in het begin van de 20e eeuw prachtig in beeld heeft gebracht. In twee uur tijd krijgen we een spoedcursus natuurfotografie, waarbij onder meer licht, vorm en compositie en kadrering aan bod komen.

Yosemite: bear country






Housekeeping Camp ligt in Yosemite Valley, midden in Yosemite National Park. Hier slapen we twee nachten in een ‘tent-hut’: drie muren, een dak van zeil en een ingang van zeil, aan het riviertje Merced dat op de bodem van de vallei ligt. De temperatuur is hier in het dal superlekker, door de hoge bomen is er tijdens de warme dagen veel schaduw en ’s nachts komt het nu niet onder de 15 graden. Er staat een tweepersoonsbed in (mét matrassen! Jee!). Ervoor een picknicktafel en een vuurplaats, de rest moet je erbij huren, van stoelen tot een elektrisch fornuis. “Eh, Lin, waarom loopt iedereen er zo relaxed bij?” “Huh?” “Heb je die filmpjes net niet gezien van beren die auto’s openrijten?” Dat is waar ook: dit is bear country. We krijgen instructies dat we geen kruimel eten in de auto mogen achterlaten. Beren kunnen ruiken als de beste, dus moet alles in bear proof boxes bij elke tent, met een slot dat beren niet open kunnen krijgen. Aanvankelijk zijn we heel netjes, later krijgen we toch het idee dat het allemaal op z’n Amerikaans wat overdreven is: Housekeeping Camp is in het weekend (doordeweeks is het heel rustig), als wij er zijn, het equivalent van Kaprun of een andere Oostenrijkse wintersportplaats met een levendige après-ski scene. San Francisco is zo’n vijf uur rijden, voor gezinnen en vriendengroepen is een weekendje Yosemite een uitje: overdag hiken, ’s avonds bieren bij het kampvuur. Cd’tje van Michael Jackson erbij, zijn ze helemaal happy. We kunnen ons niet voorstellen dat er met dit geluidsniveau nog beren het kamp in durven komen. Maar als we later navraag doen bij een redelijk neutraal persoon, de huisfotograaf van Yosemite Valley, blijken zwarte beren toch regelmatig het kamp binnen te komen, tussen één en drie uur ‘s nachts, de stilste tijd in het park. Nou, wij hebben ze niet gehoord, zodra onze hoofden onze gehuurde kussens roken, waren we diep in slaap.

Yosemite: gróót



We zijn blij als we na 9 uur rijden van Bryce Canyon aan het begin van de avond aankomen bij de rand van Yosemite National Park. Een half uur later zien we een visitors center, daar vragen we even hoe we bij ons kamp kunnen komen, we zijn vast al in de buurt. Gedesillusioneerd staan we even later weer buiten. Het is nog ruim anderhalf uur rijden naar Yosemite Valley, waar we slapen. Dat is half Nederland door! Yosemite National Park is bijna 2000 m2 groot, dat je het weet.