zondag 23 november 2008

Fruits of Rarotonga





















“Ga jij maar alvast”, zeg ik tegen Stephan. Ik sta mijn snorkelmasker nog te spoelen en het zeewater is best fris, om acht uur ’s ochtends. We zijn direct na aankomst in ons guesthouse op geleende mountainbikes hiernaartoe gefietst. ‘Fruits of Rarotongo’ zou één van de beste plekken rond het eiland zijn om te snorkelen, volgens gastvrouw Kelly. Het water is zo helder blauw dat ik het gevoel heb er dwars doorheen naar de bodem te kunnen kijken en ik zie geen teken van leven. Ik heb wel vaker gehoord dat iets een mooie snorkelplek was en vaak valt het tegen, dus ik ben een beetje sceptisch. Nou ja, het uitzicht is in ieder geval mooi. En misschien is het een eindje zwemmen verderop goed snorkelen. Maar nog geen halve minuut nadat Stephan het water in is gegaan, komen er redelijk onverstaanbare maar enthousiaste klanken uit zijn snorkel. “Zwooo, ie ijn óóód’ (Zo, die zijn groot, vertaal ik). Argwanend kijk ik naar hem, of hij me in de maling aan het nemen is. Maar nee, ik ben helemaal niet in de picture, hij heeft alleen aandacht voor de zeebodem. Ik sta nog in kuitdiep water, maar zet mijn masker op en buig als een rietje voorover voor een voorproefje. En ben verbaasd. Rond mijn enkels speelt zich een hele onderwaterwereld af. De volgende anderhalf uur snorkelen we tussen de Moorish Idols, Picasso Triggerfish, Butterflyfish en Scissortail Sergeants en zien we prachtig paars koraal: alsof we door een aquarium zwemmen.

Welkom op de Cook Islands


Locatie: de aankomsthal van het kleine vliegveld op Rarotongo, het hoofdeiland van de Cook Islands. Tijd: 6.30 uur in de ochtend. We worden naar een hoek gedirigeerd, waarna een onuitgeslapen, ongeschoren man met een buikje in een loshangend en verkreukeld Hawaii-shirt recht op ons af komt gesloft. Ik probeer hem nog te ontwijken, maar hij reikt tussen ons door, pakt iets van een houten bureau en voor ik het weet heb ik een derdehands bloemenslinger om mijn nek: “Kia orana” (‘moge je lang leven’, het traditionele welkom op de Cook Islands), zegt hij met het enthousiasme van iemand die dit al tien jaar elke ochtend doet. We kijken elkaar aan en schieten in de lach. De man is alweer weg gesloft zonder ons aan te kijken. Ik leg de bloemen maar weer op de balie, voor de volgende aankomst, en we volgen hem naar het busje naar ons hotel.
NB: de Cook Islands liggen in de Pacifische Oceaan, net als Fiji, Hawaii en Tahiti, op tien uur vliegen van Los Angeles en op vier uur vliegen van Auckland. De groep bestaat uit ongeveer 15 grotere eilanden en vele kleinere of onbewoonde eilandjes. Het totale oppervlakte aan land beslaat maar 240 vierkante kilometer, verspreid over een gebied in de oceaan van twee miljoen vierkante kilometer.

zaterdag 8 november 2008

Inflight shoppen

Morgen (za 8 november) vliegen we vanuit Panama City via Houston naar LA. We verheugen ons in ieder geval al op het inflight magazine. Kun je bij onze eigen luchtvaartmaatschappijen aan boord vaak niet veel meer kopen dan een flesje parfum, een horloge met twee wereldtijden, een reiswekkertje of een zakje M&M’s, de Amerikanen maken het vanzelfsprekend een stuk bonter. Een greep uit de selectie must-haves in de Sky Mall van Continental Airlines:
- een minidonut-machine (maakt 12 mini-donuts in zes minuten, van het kneden van het deeg tot de gefrituurde rondjes)
- een basketbalnet voor aan de rand van je zwembad
- een snorkelmasker met ingebouwde camera
- de indoor dog restroom (een nepgrasmatje waar de hond in huis zijn behoefte op kan doen; makkelijk voor die dagen dat je te druk bent om hem uit te laten. Ach wat, eigenlijk hoef je hem nooit meer uit te laten)
- the marshmellow shooter (don’t ask…)
- een reisgitaar (fits in overhead compartments!)
- the butter boy (om een maïskolf mee te beboteren, een botermesje is zó 2007)
- een reisapparaatje dat bacteriën doodt in hotelbedden
- en nog veel meer…
Wij vermaken ons dus wel tijdens die vluchten! Onze volgende grote bestemming is Nieuw-Zeeland, waar we ook zullen bloggen over onze week op de Cook Islands (duimen voor mooi weer!).

Het Panama-kanaal




Kun je natuurlijk niet overslaan in Panama. Eigenlijk is het een kunstmatig meren- en rivierenstelsel met aan de Pacifische kant twee sluizen en aan de Caribische kant één sluis. Schepen betalen naar gewicht tienduizenden tot honderdduizenden dollars om erdoorheen te mogen, maar dat is altijd nog goedkoper dan de maandenlange reis om Zuid-Amerika heen.

Panama, tja...




We starten ’s ochtends om vijf uur aan de Pacifische kust in Costa Rica. Vijf bussen (waarvan één schoolbus, valt niet op: twee van die lange Nederlanders illegaal meeliftend voor een handvol colones tussen de Costa Ricaanse kinderen in een net schooluniform), een taxi, twee boten, een grensovergang en twaalf uur later zijn we in Panama, aan de Caribische kust. We zijn op de droomeilandengroep Bocas del Toro, helaas kunnen we hier kort over zijn: op onze aankomstdag na, regent het de hele week. We eten wentelteefjes bij Sweet Amy’s, gesmoorde kip bij Roots, werken wat details voor onze reizen naar de Cook Islands en Nieuw-Zeeland uit, kijken naar de regen, hangen in onze hangmat en proberen de spirit erin te houden. Hierbij twee van internet geleende plaatjes: zo had het eruit kunnen zien.

Feestje






















Medegasten Kelly en Jess hebben er een surfroadtrip opzitten van Californië via Mexico, Guatemala, Belize, Honduras, Nicaragua en Costa Rica. Over een paar dagen vliegen de meiden naar huis (in respectievelijk Nieuw-Zeeland en Australië) en ze hebben hun in de VS gekochte fourwheeldrive vandaag kunnen verkopen aan een vriendin die ze tijdens hun reizen tegenkwamen en die vlakbij de Rancho woont. Alle reden dus voor een feestelijke stemming, die na het opbiechten van de naam van hun auto - ‘Lola’ – omslaat in een echt feestje, als Ruby het bijbehorende nummer op de i-Pod opzoekt en de meiden de eettafels aan de kant schuiven. Tot diep in de nacht wordt er op blote voeten gedanst en gefeest.

Rancho Burica: surfers paradise






















































Wakker worden met het geluid van de oceaan, van aapjes die voedsel aan het zoeken zijn in de bomen achter ons, van krijsende papegaaien en van de toeter voor het ontbijt. We zijn in Rancho Burica, een verzameling houten huisjes van een groep Nederlandse vrienden, in het zuiden van Costa Rica aan de Pacifische kust. Dit is niet voor luxepaardjes of voor wie Costa Rica in twee weken wil zien (want je doet er al een dag over om er te komen), maar heb je tijd genoeg en vind je het niet erg om in een eenvoudig onderkomen te slapen waar de natuur regelmatig binnenkomt, dan is dit jouw plek. Het is in ieder geval onze plek: er is geen telefoon en geen internet. Even helemaal verstoken van communicatie met de buitenwereld geeft ongelooflijk veel rust, zeker als je van tevoren hebt laten weten dat je niet bereikbaar bent. Het Nederlandse stel Ruby en Britta runt de boel en ook hun twee lieve kids genieten volop op deze mooie plek. Kokkin Sinja uit het dorp maakt elke ochtend een heerlijk ontbijt en doet er ’s avonds nog een schepje bovenop. Het lekkere is ook: er is hier verder niet zo veel. Dus blijft een schuldgevoel uit als we een hele middag verdoezelen in onze hangmat. En geeft het niet als het even regent. Het is best therapeutisch om de wind te voelen opsteken, de donkere wolken zien verschijn en de regendruppels te volgen die langs de palmbladeren naar beneden vallen. We ontmoeten leuke mensen: Pim, een Nederlandse jongen die hier een paar maanden min of meer werkt voor zijn onderdak en om te surfen, de Amerikaanse surfer Josh en verder Kelly uit Nieuw-Zeeland en Jess uit Australië. Het surfen is hier supergoed, maar helaas te moeilijk voor ons. Stephan probeert het twee keer en de laatste keer lukt het zowaar weer een beetje. Kijken naar de verrichtingen van deze boardkunstenaars is eigenlijk nog leuker, zeker als de zon doorbreekt en het water daardoor mooi blauw kleurt. Wat in ieder geval opvalt: een beetje surfer reist met minimaal twee surfboards. En ben je een pro, zoals de Nieuw-Zeelandse Kelly die wedstrijden rijdt, dan reis je met vier exemplaren. www.ranchoburica.com

Glacias!

Vraag ik in mijn beste Spaans in een mini-supermarktje waar de muesli (granola) staat, krijg ik als antwoord: ‘sorry, ik versta geen Engels’. Mmm, weer een deuk erbij. Hoewel, de verkoopster lijkt wel heel veel op een Chinese en deze toko lijkt verdacht veel op een… tja: toko. Dat haar eigen Spaans ook niet vlekkeloos is blijkt bij het afscheid, een luid en duidelijk: Glacias!

Charlotte


Even voorstellen (dat waren we vergeten): huisspin Charlotte in onze junglelodge in Costa Rica. We zaten een avondje rustig te lezen, toen Stephan opkeek en op de donkere veranda een krab tegen een paal omhoog zag klimmen. Hij las weer verder, tot hij ineens bedacht dat hij nog nooit een krab verticaal omhoog had zien gaan. Bij nadere inspectie bleek het een supergrote, harige spin te zijn. Ik vroeg Stephan om zijn hand erbij te houden voor de foto, om de verhoudingen aan te geven, maar dat wilde hij niet, flauw! Dus dan maar m’n notitieboekje. We hebben er heel de avond plezier van gehad: af en toe even naar buiten om te griezelen: ‘Getver, hij is écht heel groot hè!’

woensdag 22 oktober 2008

Tot binnenkort!

We duiken een poosje onder bij Rancho Burica, een onderkomen van een groepje Nederlandse surfenthousiastelingen, aan de Pacific zuidkust van Costa Rica. We gaan er (proberen te) surfen en anders in ieder geval veel relaxen. Wie geïnteresseerd is, kijk op www.ranchoburica.com. Iedereen weer hartelijk bedankt voor alle leuke reacties, via e-mail of op het blog. Er is geen internet en geen telefoon op de rancho, dus: tot in Panama, onze volgende bestemming!

De ultieme flexibele werkplek


Met een groet aan alle KPN-collega’s…

Waterpret














Snorkelen en zwemmen. En onze Olympus Mju 1030 even uitproberen onderwater.

Puerto Viejo



Het is mijn droom: een huisje met een veranda, compleet met hangmat en schommelstoel. En je hebt het hier in en rond Puerto Viejo overal! Wat een fijne plek!

De grote trek


We staan op een berg in de jungle en genieten van het uitzicht op de Caribische Zee in de verte, tot we ineens omhoog kijken en zien dat de lucht vol is met roofvogels. Geluidloos glijden ze met duizenden door de lucht, allemaal op weg naar een doel dat hun instinct hen ingeeft. Onze buurman in Puerto Viejo, een bioloog en natuurfotograaf, had ons er al op geattendeerd: als jullie willen, kun je hier nu iets spectaculairs zien. Duizenden valken en andere roofvogels zijn op dit moment bezig met hun trek en ze volgen allemaal een windtunnel precies boven deze berg. De ene dag zie je ze, de andere niet. We hebben geluk en kijken een half uur onafgebroken naar boven: het zijn er duizenden en duizenden en in de verte komen er nog meer.

Caribische kust














“Grass!” Huh? Gras, waar? Ik zie alleen maar palmbomen. Tot de volgende local langskomt en sist ‘Want grass?’ O ja, dat is waar, we zijn nu aan de Caribische kust in Costa Rica en daar doen ze meer om te relaxen dan alleen yoga en fruitcocktails (die hier trouwens goddelijk zijn). Veel meer rasta’s hier ook dan aan de Pacific coast, Bob Marley die uit de luidsprekers schalt en… ja hoor, ze bestaan nog: hippies. Al met al is het een relaxt sfeertje. Terwijl het in de rest van Costa Rica regenseizoen is, is het in de Caribe del Sur ‘verano’ (zomer) in september en oktober. Zon, mooie blauwe baaitjes aan de Caribische Zee, fijne stranden en jungle die direct achter het strand begint. Hier kunnen we het best een poosje uithouden, wat we ook doen. We wisselen het maken van een reportage af met wat relaxen op het strand en yoga, dat hier overal wordt gegeven. We slapen in een paar fijne huizen, waarvan één middenin de jungle (best spooky ’s nachts). Een van de avonden brengen we door met Arnoud en Martijn, twee Nederlanders die Costa Rica per motor doorkruisen. Ze maakten deel uit van een groep van vijftien vliegeniers en technici bij de marine die de hele wereld overreisden en vlogen met een van de Orion-vliegtuigen. Ze vertellen over de jacht op Russissche onderzeeërs bij IJsland en op drugstransporten over zee vanuit Colombia. Het is net een avonturenboek.

Waterval La Fortuna






Twintig minuten hiken naar beneden (en het dubbele later weer terug naar boven). De beloning is het uitzicht op een mooie waterval, met een ijskoud zwemmeertje aan de voet om af te koelen..